|
Perfect Tense - Which auxiliary? |
|
|
|
Page 3 of 3 c. The following verbs of movement can occur with hebben or zijn. With these verbs, zijn is used whenever the point of departure, direction and/or the destination is mentioned. In other cases, hebben is used. Examples:
Ik ben naar de stad gereden. = I have driven to town. Ik ben de garage uit gereden. = I have driven out of the garage. Ik ben door Duitsland gereden. = I have driven through Germany. Ik heb de hele middag gereden. = I have driven all afternoon. Ik heb in haar auto gereden. = I have driven in her car.
fietsen
| > ik heb/ben gefietst | I have cycled | lopen
| > ik heb/ben gelopen | I have walked | rennen
| > ik heb/ben gerend | I have run | rijden
| > ik heb/ben gereden | I have driven | vliegen
| > ik heb/ben gevlogen | I have flown | zwemmen
| > ik heb/ben gezwommen | I have swum |
[to be expanded] © DutchToday 2007
<< Start < Prev 1 2 3 Next > End >> |